 |
Bangkok, 26
December 1999
Hi There!
Na zoveel keer in Bangkok geweest te zijn begin ik nu pas eindelijk mijn
weg in de stad te vinden. Er begint zich een platte grond in mijn hoofd
te vormen, met daarbij busnummers of waar de nieuw gebouwde skytrain al
dan niet komt. Tot noch toe vond ik mijn weg steeds met de taxi. Die zijn
hier erg goedkoop, 1 euro voor de eerste twee km, en dan 12 eurocent voor
elke volgende kilometer, dus echt nodig leek het niet om met de bus te
gaan. Nu blijkt echter dat ook bussen goed werken. Het enige wat erg nuttig
is in een bus is als je je bestemming in het Thais uit kunt spreken. En
dat is nog niet altijd makkelijk. Voor elke klank zijn er vijf verschillende
tonen die de betekenis van het woord veranderen. Het verschil in uitspraak
is zo miniem dat ik het nauwelijks hoor, laat staan kan reproduceren.
Zo weet ik dat het woordje 'Khao' aan de hand van de uitspraak o.a. wit,
negen en rijst kan betekenen. Voor witte rijst is weer een apart woord.
Als ik een vriend op bel in zijn hotel en om kamer 109 vraag weet ik niet
of ik eigenlijk om kamer honderd wit of kamer honderd rijst vraag; gelukkig
verstaan ze meestal wel engels.
Het verkeer in Bangkok is een bekend probleem. De luchtvervuiling is aanzienlijk
en de verkeersstroom gaat in het spitsuur niet veel harder dan 20 km per
uur. Als ik dus naar mijn vriendin toe ga in de spits kom ik net zo laat
aan als dat ik een half uur later zou vertrekken.... Bangkok had vroeger
de bijnaam 'het Venetie van het oosten', maar daar lijkt weinig meer van
over. Ja, ik weet dat er op de rivier nogal wat boten varen, maar die
gaan allemaal in een richting die ik praktisch nooit op moet. Behalve
de rivier is er echter nog steeds vrij veel open water in de vorm van
Khlong's (kanaaltjes). Vroeger wemelden die kanaaltjes van de boten. Daarvan
is nog maar heel weinig van over. Voor de toeristen wordt de drijvende
markt nog in stand gehouden. Er is nog een bootdienst open over deze Klong's,
en die gaat precies in de richting die ik vaak op ga.
Pas de laatste keer dat ik in Bangkok ben aangekomen hoor ik dat van iemand;
ik probeer het meteen uit. Het werkt perfect. Snelle platbodempjes stuiven
heen en weer. De khlong is zo smal dat de golven die tegen de oever opspatten
terug in de boot spetteren. Om toch niet nat te worden heeft men zeil
aan de zijkant gespannen dat naar beneden gaat als mensen in of uit moeten
stappen. Het is zo alleen een beetje moeilijk om wat te zien en ik ben
de eerste keer zeer nerveus dat ik misschien mijn stop voorbij vaar. Maar
mijn veelvuldige gevraag - mijn Thais, zij het langzaam, wordt beter -
doet wonderen. Iemand waarschuwt me drie stoppen van te voren dat ik er
bijna uit moet. Thaien zijn erg aardige mensen en lijken aan de buitenkant
geen onvriendelijke emoties te kennen. Zelden zie je er twee bekvechten,
nooit zie je iemand lichamelijk geweld gebruiken, behalve in de boksring.
Dit komt echter uit de culturele achtergrond. Boosheid of erger nog haat
word als a-sociaal gezien, en aangezien het leven van de groep bij voorkeur
rustig en zonder al te veel opschudding moet doorstromen doet men zijn
uiterste best zulke 'a-sociale' emoties te vermijden, en als ze toch opkomen
te onderdrukken. De Thaien zijn zeer vergevingsgezind als je een culturele
regel breekt, en het vereist redelijk wat inzicht in de lichaamstaal om
door te hebben dat je houding niet wordt gewaardeerd.
De skytrain is een nieuw fenomeen in Thailand. Het is niets anders dan
een metro, behalve dat deze hoog over de straten van Bangkok rijdt en
je dus een aardig uitzicht hebt. Het is oorspronkelijk bedoeld om de forensen
wat minder lang in het verkeer te laten staan, maar de eerst week na de
opening - op de verjaardag van de koning, 5 december, die geen Sinterklaas
heet - zitten er alleen maar vakantiegangers in. Thaise dagjes mensen
wel te verstaan. Het is alleraardigst om de Thaien die meerijden te bekijken.
Het is nieuw, en niemand weet dus hoe het werkt. Zoals alle Thaise publieke
instellingen is er teveel personeel, maar nog zijn de rijen voor de kaartjesautomaten
twee keer zo lang als nodig is want een kaartje kopen is zo kinderlijk
simpel. Eenmaal in het bezit van een geplastificeerd magneetstripje lopen
de mensen lachend en met glimmende ogen naar de ingang waar bij elk poortje
een medewerker staat om uit te leggen hoe je het kaartje erin moet steken.
Geheel in hun sas lopen ze naar het perron. Als de trein eraan komt gaat
er een golf van opwinding door de mensen; toen ik er bij stond was ik
niet echt onder de indruk, een gewone metro... Deuren open, mensen erin,
fluitje, deuren dicht. Heel normaal, maar bij elke handeling stoten de
mensen elkaar aan alsof ze naar een kermis attractie gaan.
Als de trein rijdt zie je ze alles nauwkeurig bekijken. Ze wijzen mekaar
het bordje op de deur aan, waar in het Thais en in het Engels op staat:
niet tegen de deur leunen. Verbaasd kijk ik overigens naar de paar stoelen
die er zijn. Kinderen tot een jaar of dertien krijgen allen een eigen
stoel. Als er een kind binnen komt en er is geen bankje vrij staat een
volwassene op! Het is een stijl waar ik echt even aan moet wennen.
Om wat meer geld te hebben, en ook om het leven van de gewone Thai wat
beter te leren kennen ga ik naar een belangrijk instituut toe en meld
me aan om Engelse les te gaan geven. Ik schrijf ook op dat ik Duits en
Nederlands spreek, en niet lang na de verjaardag van de koning word ik
opgebeld om Duitse les te gaan geven. De leraar wordt hier echter verwacht
met stropdas om te verschijnen, dus laat ik voor een appel en een ei een
pak op maat maken. Als ik de pakken verkoper vertel waar ik een pak voor
nodig heb vraag hij me of ik hem niet ook les kan geven. En zo heb ik
het plotseling druk! Door de week ben ik zeven uur per dag bezig met lesgeven.
Het is duidelijk dat het kerstfeest een overgewaaid festival is waar niet
echt veel aan gehecht wordt. Het is wel gewoonte om kadootjes te geven
- met oud en nieuw trouwens ook - en in de winkelcentra schalt het Jingle
Bells afwisselend in Thai en Engels uit de boxen, ik sta de 24e en de
26e voor de klas. De 25e heb ik vrij omdat dat toevallig zaterdag is en
ik nooit op zaterdag werk. Mooi is ook de aankleding van de winkelcentra.
Tegen de tijd dat kerst nadert verschijnen de 'sneeuwvlokken' achter de
ramen, in de etalage worden winterse landschappen gebouwd compleet met
watten en namaak dennebomen. De gemiddelde Thai heeft nog nooit sneeuw
gezien of ooit iets doorgemaakt wat op vorst lijkt. De afgelopen paar
dagen is het zeer koud. Een luchtstroming vanuit Siberie doet de temperatuur
hier akelig dalen. 's Nachts is het misschien slechts 7 graden. Mijn lichaam
is het afgelopen jaar (ik daalde op derde kerstdag 1998 de Indiase vlakte
in) behoorlijk aan hoge temperaturen gewend en ook ik slaap in mijn slaapzak.
Overdag heb ik een lange broek en een trui aan - de Thaien lopen compleet
met winterjas en muts op in huis! - en ik kijk verbaasd naar de toeristen
die net uit Europa zijn aangekomen. Veel mensen komen hier, of op een
van de eilanden nieuwjaar vieren, en vinden het hier met 20 graden middag
temperatuur heerlijk warm kortebroeken weer. Het is een grote tegenstelling
om de baas van mijn guest house in zijn lange dikke winterjas met muts
op nog te zien rillen, en daarnaast een Europeaanse in hotpants en dun
flodderbloesje te zien lopen.
Kerst wordt vooral door buitenlanders gevierd. In Gullivers Traveller's
Tavern - mijn stamkroeg hier -heerst er een echte feeststemming op kerst
avond. Er wordt luid gelachen en veel gedronken. Even later ga ik net
buiten Banglamphu een kijkje nemen - Banglamphu is het toeristenoord -
en daar heerst een betrekkelijke rust. Er is vrij veel verkeer voor de
tijd van de dag, maar waar dat allemaal naartoe gaat is me niet duidelijk.
Behalve in gebieden waar veel westerlingen komen is er weinig speciaals
te doen. |