De weg naar Gunisson
Thumbnail
Net aangekomen in Gunisson, nog wit van de sneeuw!
Gunisson, 9 februari 2001
Hi There,

Vandaag was de zwaarste dag van mijn hele reis. Zelfs het nachtfietsen in Tibet kan hier niet aan tippen. Ik vertrok vanmorgen uit Montrose en al meteen begon de weg te klimmen. Niet lang nadat ik de laatste huizen van Montrose achter me laat begint het te sneeuwen. Eerst een beetje sneeuw, maar langzaam maar zeker wordt het dichter. Het is echter nog net boven het vriespunt dus de weg is nat en elke keer dat er een auto langs komt vliegen de klodders natte sneeuw me om de oren. Hoe verder ik klim, hoe kouder het wordt. Gelukkig zijn de kleren die ik in LA gekocht heb echt goed; ondanks de nattigheid blijf ik voor alsnog redelijk warm. Dat komt waarschijnlijk omdat ik me tijdens de klim stevig in kan spannen. Maar aan elke klim komt een eind, en de afdaling, door dichter en dichter wordende sneeuw is geen pretje. Er volgen nog twee van zulke passen en tijdens de afdaling van de laatste pas is er al ruim 20 cm sneeuw gevallen. Al werken dde sneeuwploegen hard, de weg is niet schoon te houden. Gelukkig wordt de weg iets vlakker en is het rijden iets makkelijker. Maar op slag wordt de sneeuw nog dichter wat het rijden haast onmogelijk maakt.

Langzaam wordt ik toch kouder. Mijn lichaam houdt zichzelf nog maar amper warm en de plekken waar de sneeuw op mij blijft liggen en niet meer smelt/verdampt (lucht is erg droog) worden met de minuut groter. Het is nog 10 km naar Gunisson en ik lijk al een grote sneeuwpop. De sneeuw op de weg wordt vastgereden door het andere verkeer wat extra gladheid veroorzaakt en gevaarlijke richels oplevert. Tot overmaat van ramp gaat de zon onder voor ik in het stadje aankom en in het donker wordt ik niet gezien door het andere verkeer. Ik moet nog beter oppassen, en dat terwijl ik mijn bril niet meer op kan houden - te donker - en de sneeuw dus vrijelijk in mijn ogen kan vallen. Totaal uitgeput en verkelumd kom ik in Gunisson aan, het koudste stadje van de USA, Alaskaniet meegerekend. Ik hoop dat het me vergeven is dat ik na zo'n dag in een motel slaap. Warme douche, verwarmde kamer... Net als ik een aantrekkelijk motel gevonden heb staat er ineens een politie auto achter me. "Meneer, u hebt geen verlichting." Nee, dat wist ik al. Met een vriendelijke glimlach en de mededeling dat ik naar dat motel aan de overkant ga kom ik onder een boete uit.

Niet alleen ik ben ingesneeuwd. Mijn hele fiets zit ook vol sneeuw en ijs. De laatste 20 km werkten geen van mijn remmen meer, zat mijn achterderailleur vastgevroren en als ie al gewerkt zou hebben was het toch nutteloos geweest want alle tandwielen op die ene na die ik gebruikte zaten dusdanig vol met ijs dat de ketting er niet meer in kon. Ook mijn vering zat vol met ijs, en als ik mijn fiets onder de douche vandaan haal - de snelste manier om van al dat ijs af te komen - blijkt een luchtring uit de vering te zijn gesprongen. Geen vering meer dus...

Die nacht slaap ik diep, en ik merk 'smorgens pas dat het koud was. De minimum temperatuur was -25 Fahrenheit (-28 Celcius) en als ik 'smorgens opstap is het nog altijd -10 Fahrenheit. Winterfietsen blijkt niet mijn favoriete bezigheid. Maar hopen dat het gauw over is!
Thumbnail
Mijn voorwiel...
Thumbnail
...en mijn achterwiel net na aankomst in Gunisson.
Thumbnail
Het schoonmaakproces van mijn fiets in het motel. Een paar minuten later sta ik hier zelf.
Naar de bovenkant van deze pagina Terug naar mijn andere Amerikaanse avonturen