|
Vandaag
was een speciale dag. De tweede dag dat ik sinds Ankara weer op de fiets
zit, en op zulke dagen overkomt mij altijd wat ik noem het Harley-Davidson-gevoel.
The road is yours, you're the big man. Althans zo denk ik dat het voelt
als je op zo'n grote aso plofbak (geen Yamaha racemonster) door de straten
tuft. Ondanks een slechte nacht (m'n tent stond te dicht bij de weg, en
Turken rijden altijd...) Met de ongelooflijke snelheid van maar liefst zeven
kilometer per uur klim ik over negen kilometer naar een dorpje Bala op 1300
meter hoogte (vanaf waarschijnlijk nog geen 850 meter). Boven lijk ik wel
een hoge druk spuit, zo zweet ik; mooie gelegenheid om m'n fiets weer eens
te wassen. Na Bala daal ik met gemiddeld slechts negen keer zo hard als
omhoog weer af. Halverwege stop ik even; het uitzicht is adembenemend!
De laatste tien kilometer zijn weer klimmen (maar niet zo stijl als vanmorgen)
en om half drie vind ik een plaats voor m'n tent. Als je om half acht vertrekt,
is het in deze hitte zeven uur later wel mooi geweest. Op de plek ben ik
meteen verliefd. Ver genoeg van de weg, tussen de wilgen, zodat ik niet
te zien ben dan van vijf meter, en zodat ik in de schaduw van mijn si?sta
kan genieten. Oh ja, ik sta in een rivierdalletje, waar sporen zijn dat
het ooit bedding moet zijn geweest. Maar de rivier staat zelf droog, dus
geen paniek. Hoewel, als ik ontwaak uit een halfslaap is het fris, doodstil
(alle dieren lijken hun adem in te houden, en de lucht is nergens meer blauw)
En dan begint het in de verte te rommelen, maar de lichte beweging in de
wolken is zo dat de wolk met onweer langs mijn tent drijft. Geen paniek.
He, achter die berg stijgt ineens rook op. Dus het vuur daar (men verbrand
hier de gemaaide graanakkers) wordt door de regen geblust. Hm, moet ik m'n
tent dan toch uit het dal in de wei zetten (wat niet mag, dat is priv?-grond)?
De rook drijft in mijn richting. En snel! Als ik net m'n fiets boven heb
gelegd wordt het ineens mistig. Geen gewone mist, een stofstorm.
Ik leg m'n fiets dus maar beneden, en kijk vanuit m'n tent naar de onder
de wind steunende wilgen. Als het stof verdwenen is (maar de wind niet)
waai ik boven even uit, en zie zo dat de ergste regenbui op vijfhonderd
meter passeert. Hier spettert het maar net. Of het stroomopwaarts regent
is moeilijk te zien (is het regen of is het stof?) Het regent hier nog steeds
niet, het wolkendek is dun. Dus of ik vannacht moet verhuizen? Ik hoop het
niet, maar je weet maar nooit. |